HIERONYMUS VAN ALPHEN.
Ziedaar,
lieve wigtjes!
Een bundel gedigtjes,
Vermaak u er meê!
En spring naar uw wooning;
Maar... eerst ter belooning
Een kusjen of twee.
Door
liefde gedrongen
Heb ik ze gezongen,
En wilt gij er meer,
Gij moogt er om vragen.
Wanneer ze u behagen
Komt huppelend weêr.
Die
perzik gaf mijn vader mij,
Om dat ik vlijtig leer.
Nu eet ik vergenoegd en blij,
Die perzik smaakt naar meer.
De
vrolijkheid past aan de jeugd
Die leerzaam zig betoont.
De naarstigheid, die kinderdeugd,
Wordt altoos wel beloond.