BERNHARD TER HAAR.

 

Grafdicht bij de Genestet’s dood.

Veel hebt ge en diep gevoeld, geworsteld en geleden;
Met koenen moed den strijd der twijfling door gestreden,
En duislend stondt gij voor de kloof,
Die 't weten afscheidt van 't geloof;
Maar – snorde al soms een pijl van strak gespannen koorde –
Uw innigst zielsgeloof, dat vroeg U toebehoorde,
Werd nooit geheel des twijfels roof.


1861…

Alw zestienjarige schreef hij reeds het volgende  gedicht:

Zie, wat verscheidenheid van kleuren

 

De morgenzon op aard verspreidt

 

En welk een wolk van balsemgeuren

 

Het ochtendkoeltje in 't woud verbreidt.

 

God! overal, bij 't vallend water,

 

Bij 't ruischend beekje en 't blij geschater

 

Der vooglen, in uw heiligdom.

 

'k Zie berg en dal u wierook branden

 

En thans ontzinkt de lier mijn handen;

 

De lofzang der Natuur zingt mijn verrukking stom.

 

 

Home.